Gaslassen, ook wel autogeen lassen genoemd, is een lasproces waarbij warmte wordt opgewekt door het verbranden van een brandbaar gas (meestal acetyleen) in combinatie met zuurstof. Dit veroorzaakt een vlam die temperaturen kan bereiken tot ongeveer 3200 °C, voldoende om staal en andere metalen te smelten. Het is een relatief oudere, maar nog steeds veelgebruikte lasmethode, vooral voor dun plaatwerk en reparaties.

Belangrijke kenmerken van gaslassen:

  • Apparatuur: bestaat uit gasflessen (acetyleen en zuurstof), reduceerventielen, slangen, een lastoorts en terugslagbeveiligingen.

  • Proces: de vlam verwarmt de randen van de te lassen stukken metaal totdat ze smelten. Indien nodig wordt een lasstaaf toegevoegd als toevoegmateriaal.

  • Soorten vlammen:

    • Neutrale vlam: juiste verhouding zuurstof/acetyleen, meest gebruikt.

    • Carburiserende vlam: teveel acetyleen, geeft extra koolstof af.

    • Oxiderende vlam: teveel zuurstof, kan het materiaal bros maken.

  • Materialen: geschikt voor laag- en hooggelegeerd staal, gietijzer, koper, aluminium en sommige non-ferrometalen.

  • Toepassingen: dunne platen, pijpen, reparaties, installatietechniek en soms in de kunstnijverheid.

Voordelen:

  • Eenvoudige en relatief goedkope installatie.

  • Geen elektriciteit nodig (mobiel inzetbaar).

  • Veelzijdig: niet alleen lassen, maar ook snijden, solderen en verhitten mogelijk.

Nadelen:

  • Minder geschikt voor dikke materialen.

  • Lagere lassnelheid dan elektrische lasprocessen.

  • Hitte-inbreng is groot → kans op vervorming.

  • Acetyleen is brand- en explosiegevaarlijk → strikte veiligheidsmaatregelen vereist