1. Smeltlassen (materiaal smelt door warmte)

  • Booglassen (elektrisch):

    • MMA / BMBE (beklede elektrode) – veel gebruikt, flexibel.

    • MIG/MAG (Metal Inert/Active Gas) – halfautomatisch, hoge lassnelheid.

    • TIG (Tungsten Inert Gas) – mooie, schone lassen, geschikt voor dun materiaal.

    • Plasma-lassen (PAW) – nauwkeurig, geconcentreerde boog.

    • Onder poederdek lassen (SAW) – dikke materialen, hoge productiesnelheid.

  • Gaslassen:

    • Autogeen lassen (oxy-acetyleen) – klassiek proces, vooral voor reparatie en pijpen.

  • Straallassen:

    • Laserstraallassen (LBW) – zeer nauwkeurig, dunne en dikke materialen.

    • Elektronenbundellassen (EBW) – in vacuüm, zeer diepe en smalle naden.


⚡ 2. Druklassen (materiaal wordt verbonden door druk, vaak met warmte)

  • Weerstandslassen:

    • Puntlassen (RSW) – veel in plaatwerk en auto-industrie.

    • Rolnaadlassen (seam welding) – doorlopende lassen in dunne platen.

    • Stuiklassen (flash butt welding) – uiteinden van staven/buizen.

  • Wrijvingslassen:

    • Rotatief wrijvingslassen – onderdelen draaien tegen elkaar.

    • Wrijvingsroerlassen (FSW, Friction Stir Welding) – populair bij aluminium.

  • Ultrasoon lassen (USW):

    • Vooral voor kunststoffen en dunne metalen.


🛠️ 3. Speciale processen

  • Thermietlassen – gebruikt bij spoorrails (chemische reactie).

  • Explosief lassen – platen worden met explosieve kracht samengeperst.

  • Koudlassen – verbinding door druk zonder warmte (voor zachte metalen).

  • Hybride lassen – combinatie, bv. laser + MIG.